|
BEKKENBODEM – BEHANDELINGEN
Door verschillende oorzaken kunnen
bekkenbodemspieren minder goed gaan functioneren.
De bekkenbodemspieren kunnen bewust worden
aangespannen en bewust worden ontspannen. Als u
klachten heeft van de bekkenbodem dan bent u
blijkbaar niet in staat de bekkenbodemspieren goed
te gebruiken. De SBP adviseert bij klachten eerst
de huisarts te raadplegen. De huisarts kan u
eventueel doorverwijzen naar een
bekkenfysiotherapeut of specialist. Een
gespecialiseerde fysiotherapeut kan u leren hoe u
de bekkenbodemspieren kunt beheersen. Hieronder
staan de meest voorkomende behandelingen en
oplossingen bij bekkenbodemproblemen.
1. Bekkenbodemfysiotherapie
bij stress incontinentie, overactieve blaas,
ongewild ontlastingverlies, pijnklachten
Doel van deze therapie is dat
u de bekkenbodemspieren weer op een bewuste manier
leert gebruiken. U leert ze aanspannen en
ontspannen op het moment waarop dat nodig is. Dit
gaat onder begeleiding van een gespecialiseerde
bekkenfysiotherapeut. Klik
hier (doorlink naar
www.nvfb.nl)
om een
fysiotherapeut bij u in de buurt te vinden. De
fysiotherapeut adviseert de oefeningen regelmatig
thuis doen.
Soms wordt er gewerkt met speciale
technieken zoals biofeedback. In de vagina wordt
een staafje ingebracht, waardoor met elektrodes de
activiteit in de bekkenbodem kan worden waargenomen
via een beeldscherm. Een andere techniek is
functionele elektrostimulatie (FES). Met deze
techniek wordt de bekkenbodem geprikkeld door middel
van kleine stroomstootjes.(www.pvvn.nl)
2. Blaastraining
bij overactieve blaas, incontinentie, retentie
Het is aan te raden dat een arts,
fysiotherapeut of incontinentieverpleegkundige u
helpt bij deze training. Bij overactieve blaas
plast u vaak te veel, waardoor het op den duur niet
meer lukt om grote hoeveelheden op te houden,
waardoor het probleem verergert. Doelstelling van
de training is weer een zo’n normaal mogelijk
plaspatroon te bereiken. Een hulpmiddel kan zijn
het bijhouden van een dagboek, waarin u schrijft
hoeveel en hoe vaak u plast.
3. Toiletgedrag
bij overactieve blaas,
incontinentie, retentie
Veel mensen die last hebben van
urineverlies plassen niet goed uit. Hierdoor
ontstaat de kans dat er urine achterblijft in de
blaas. Om goed uit te plassen moet worden gelet op
juist toiletgedrag. Rechtop zitten, bekkenbodem
ontspannen, zodat u in een keer uitplast. Niet
persen, hierdoor gaat juist de plasbuis dicht.
4.
Hulpmiddelen
bij overactieve blaas, incontinentie, retentie
Hulpmiddelen zoals verbanden en
katheters lossen de oorzaak van uw probleem niet
op, maar kunnen wel een uitkomst zijn. Het gebruik
ervan kan in elk geval voorkomen dat uw kleding nat
wordt en bevuild raakt. Kies het materiaal dat bij
u past. Pasvorm en handzaamheid spelen hierbij een
belangrijke rol. U kunt zich laten voorlichten
door apothekers, incontinentieverpleegkundigen en
medisch speciaalzaken.
5.
Medicijnen
bij overactieve blaas
Bij een overactieve blaas wordt de
blaas buiten uw wil om geprikkeld en
samengetrokken. Vaak aandrang voelen en naar het
toilet moeten zijn de gevolgen. Medicijnen kunnen
ervoor zorgen dat u de blaas weer onder controle
krijgt.
6.
Operaties
Ø
TVT bij stress
incontinentie: de plasbuis en de blaas worden
ondersteund.
Ø
Prostaatoperatie bij
overloop incontinentie: verkleinen of verwijderen
van de prostaat
Ø
Neuromodulatie bij
overactieve blaas, incontinentie: urineverlies kan
het gevolg zijn van een beschadiging van de zenuwen
die bij het plassen zijn betrokken. Deze zenuwen
kunnen kunstmatig worden beïnvloed door zwakke
elektrische stroomstootjes, zodat de prikkelbare
blaas rustiger wordt en de klachten kunnen
verminderen of verdwijnen.
Meer dan 1 miljoen mensen in
Nederland hebben last van één of meerdere
bekkenbodemklachten.
U bent dus beslist niet de enige!
Wilt u meer informatie? Word
dan
donateur
zodat u op de hoogte wordt gehouden van de nieuwste
ontwikkelingen en behandelmethodes.
|